Scuderia Ferrari

is het oudste raceteam in de Formule 1. Het team is volledig in handen van het ItaliaanseFerrari en behaalde successen met coureurs als Alberto Ascari, Juan Manuel Fangio, Niki Lauda, Jody Scheckter, Michael Schumacher en Kimi Räikkönen
1929 - 1938
Alfa Romeo 8c 2900 Scuderia Ferrari
In 1929 richt Enzo Ferrari samen met Alfredo Caniato en Mario Tadini Scuderia Ferrari op in Modena met als doel coureurs een kans te geven in de autosport. Als wagens gebruikt hij vooral Alfa Romeo's en Scuderia Ferrari groeit uit tot de officiële racedivisie van Alfa Romeo in 1933. In 1938 neemt Alfa Romeo weer zelf de racedivisie in handen en wordt de racedivisie omgedoopt naar Alfa Corse. Enzo verlaat Alfa Romeo in 1939, maar moest hen beloven dat hij de naam Scuderia Ferrari niet zou gebruiken in de komende vijf jaar. Hij gebruikte aanvankelijk de naam Auto Avio Costruzioni. Na de Tweede Wereldoorlog begint hij dan eindelijk met het ontwikkelen van zijn eigen wagens onder de naam Scuderia Ferrari.
1950 - 1964
Ferrari debuteert in de Formule 1 in 1950 bij de Grote Prijs van Italië met een F1 versie van de Ferrari 125. Ze zijn hiermee het oudste team dat nog steeds actief is in de Formule 1. Veel potten werden er echter nog niet gebroken in het eerste jaar, Alfa Romeo domineert het hele seizoen. Op 14 juli1951 breekt Froilán González op Silverstone de zegereeks van Alfa en zorgt voor de eerste overwinning van Ferrari. In 1952 wint Alberto Ascari zes Grand Prix achter elkaar en wordt Ascari de eerste wereldkampioen in een Ferrari. Een jaar later is hij opnieuw de beste coureur en wint hij vijf races. Hierna neemt de overmacht van Ferrari tijdelijk af.
Ferrari 500 uit 1953
In 1956 gaat Ferrari samenwerken met Lancia. Het heeft direct resultaat, want Juan Manuel Fangio wordt onmiddellijk wereldkampioen. Omdat Fangio niet goed met Enzo Ferrari kan opschieten, vertrekt hij na één seizoen. Ferrari beleeft een rampjaar en behaalt geen enkele zege. In 1958 wordt alles weer goed gemaakt. Met slechts één overwinning, maar met vijf tweede plaatsen wordt Mike Hawthorn zeer verrassend de derde wereldkampioen voor Ferrari. In de volgende twee jaren zijn er nog wat kleine successen te vieren, maar geen kampioenschappen meer.
In 1961 behaalt Ferrari voor het eerst de constructeurstitel. De titel bij de coureurs lijkt naar de Ferrari-coureur Wolfgang von Trips te gaan, maar in Monza verongelukt hij dodelijk en zijn teamgenoot Phil Hill wordt wereldkampioen. Het seizoen daarna is een slecht seizoen voor Ferrari. Een tweede plaats voor Hill in Monaco is het beste resultaat. In 1963 haalt John Surtees de enige zege voor Ferrari, het jaar daar op wordt Surtees wereldkampioen.
1965 - 1997
Ferrari 412T uit 1995
In 1968 verkocht de stichter, Enzo Ferrari, 90% van zijn personenwagenzaak en 50% van de Scuderia Ferrari aan Fiat. In dat jaar zorgde de Belg Jacky Ickx voor de enige overwinning van het team. In 1970 won Jacky Ickx in zijn Ferrari nog drie Grote Prijzen en werd tweede in het kampioenschap. Tot 1975 was het echter crisis bij Ferrari: soms was het team gewoon niet competitief genoeg, dan weer misten ze de titel op een haar na. De terugkeer van hun ware kracht kwam in 1975. De drie daaropvolgende jaren won Ferrari de constructeurstitel. Niki Lauda werd bovendien wereldkampioen in 1975 en 1977. In 1976 was dit waarschijnlijk ook het feit geweest als hij zijn ongeluk op de Nürburgring niet had gehad. Ferrari eindigde de jaren ’70 in stijl. Jody Scheckter werd wereldkampioen en het rode team won ook de constructeurstitel. Deze titels zouden de laatste zijn voor een lange periode. In de jaren '80 kon slechts tweemaal de constructeurstitel behaald worden en in de eerste helft van de jaren '90 werd vrijwel niks behaald.
1997 - heden
In 1996 arriveerde Michael Schumacher bij het rode team. Vanaf dat moment begon het team weer op te leven. Er zou een opmars volgen die in 1997 Ferrari dicht bij de rijderstitel bracht, maar uiteindelijk ging Williams er samen met Jacques Villeneuve mee lopen. Het volgende jaar kon Schumacher wereldkampioen worden tot de laatste race, maar weer liep het mis. In 1998 kwam Luca Badoer bij het team die vanaf dat moment testrijder is geworden bij het team van Ferrari, alleen in het jaar 1999 reed hij een seizoen voor het team van Minardi maar daarna bleef hij testen voor Ferrari. In 1999 brak Schumacher zijn been in de Grand Prix op Silverstone. Hij kon geen rol van betekenis meer spelen in het wereldkampioenschap. Teamgenoot Eddie Irvine greep net naast de titel. Ferrari veroverde wel sinds lang opnieuw de constructeurstitel. 2000 was het einde van de 21-jarige lijdensweg van de Scuderia: Schumacher won zijn 3de rijderstitel. Het volgende jaar was nog beter voor Ferrari. Williams was snel en McLaren constant, maar Ferrari was het beiden nog meer… goed voor twee titels. In 2002 zorgde de uitermate dominante F2002 bolide dat Ferrari 15 van de 17 races kon winnen, waarvan Michael Schumacher er 11 behaalde, goed voor zijn 5de wereldtitel. Aanvankelijk leek 2003 niet zo succesvol te worden maar uiteindelijk slaagde Ferrari er toch in zowel de rijderstitel als de constructeurstitel te bemachtigen. 2004 was opnieuw "makkelijk" voor het Italiaanse team: Schumacher zorgde voor 13 overwinningen en de rijderstitel. In 2005 belandde het rode team opnieuw in een diepe put. Het Italiaanse team kon slechts 1 Grand Prix winnen: de farce-race van Indianapolis waar slechts 6 wagens aan de start kwamen. In 2005 heeft het team het seizoen afgesloten op een 3de plaats. In 2006 boekte het team betere resultaten, zo won Schumacher zeven races en de nieuw in het team gekomen Massa twee races. Ondanks dat besloot Schumacher te stoppen met de Formule 1. Zijn opvolger was de FinKimi Räikkönen geworden. In 2007 won Ferrari zowel de rijderstitel met Räikkönen als de constructeurstitel. In het daaropvolgende seizoen 2008 greep teamgenoot Felipe Massa net naast de titel nadat Räikkönen eerder al was afgehaakt. Wel bezorgden zij dat jaar Ferrari de constructeurstitel door concurrent McLaren voor te blijven in het kampioenschap.